Curling spelregels

Curling is een relatief onbekende sport in Nederland, maar het is wel al lange tijd een Olympische-sport. Twee teams van vier spelers nemen het tegen elkaar op en moeten zoveel mogelijk punten bij elkaar sprokkelen. Een curlingwedstrijd bestaat uit acht delen, ook wel ends genoemd. Beide teams hebben de beschikking over zestien stenen per end en moeten om en om gooien. Let op, tijdens de grote eindtoernooien (EK, WK, Olympische Spelen) worden er tien ends gespeeld en zal een wedstrijd ongeveer 2,5 a 3 uur duren.

Puntentelling curling

Een team kan punten winnen door aan het einde van een end de steen zo dichtbij als mogelijk het middelste punt van de cirkel te krijgen. De cirkel noemen wij ook wel ‘het huis’. Het team waarvan de steen het beste in de cirkel ligt wint de end. Mocht dat team meerdere stenen het dichtste bij het middelste punt hebben liggen, dan worden er meerdere punten gewonnen. Het team met de meeste punten aan het einde van de wedstrijd wint.

Hoglines

Een curlingbaan is erg lang en er staan dan ook meerdere lijnen op de baan. Deze lijnen worden ‘hoglines’ genoemd. De speler moet de steen loslaten voor de eerste hogline, anders telt de steen niet mee. Een andere belangrijke regel is dat de steen stil moet komen te staan over de tweede hogline. Komt de steen tot stilstand tussen de eerste en de tweede hogline, dan zal de steen niet meetellen en van de baan worden weggehaald.

Vegen

De speler die de steen loslaat zal normaliter een kleine draai aan de steen meegeven, oftewel een curl. De overige spelers hebben de taak om te vegen met de bezem. Het ziet er misschien wat vreemd uit, maar dit is een essentieel onderdeel bij curling. Door met de bezem over het ijs te wrijven zal de snelheid van de steen toenemen en komt de steen een stuk verder op de baan. Een veegteam kan er voor zorgen dat de steen pas enkele meters later tot stilstand komt. Daarnaast kunnen de vegers ook ervoor zorgen dat de steen pas later zal gaan draaien.

Bron

Bekijk de categorieën